Benoît Hermans → Hanneke Bollen

Archief 2016

Het is alsof in een werk van Benoît Hermans een verteller drie of vier sprookjes tegelijk vertelt en daarbij motieven en details door elkaar begint te halen zodat, in fantasievolle verwarring, boven op de glazen kist van Sneeuwwitje het muiltje van Assepoester komt te liggen terwijl Klein Duimpje erin ligt te slapen, van achter een boom (in het donkere bos) gadegeslagen door de Boze Wolf. Maar, in een vreemde en onnavolgbaar huppelende poëzie van Hermans vertelsels zijn zulke verplaatsingen van motieven nog maar het begin. Zelfs het eenvoudigste van zijn werken is uiterst veelvormig gelaagd; het zit vol met kleine flonkeringen waardoor het sprookjesachtige effect letterlijk onbeschrijflijk is. Want als een werk klaar is, is er heel veel op te zien; en de kijker moet ervoor zorgen dat hij (zij) dat ook allemaal te zien krijgt. Uit ‘Benoît Hermans, vermomming, verplaatsing, metamorfose’ door Rudi Fuchs.